Auto van de zaak in salarisadministratie
Vanaf 1 januari 2006 wordt de bijtelling voor de auto van de zaak van een werknemer belast als loonbelasting. Dit betekent dat de werkgever verantwoordelijk wordt voor de bijtelling en de afdrachten inhoudt. De werkgever moet nu 22% van de cataloguswaarde van de auto optellen bij het loon. Hierover moeten loonbelasting en premies voor werknemersverzekeringen worden ingehouden en afgedragen aan de belastingdienst. Wanneer de werknemer meer dan 500 kilometer privé rijdt, is de werkgever verantwoordelijk voor eventueel niet betaalde loonheffing. Tot 5 jaar na dato kan de belastingdienst het bewijsmateriaal ontoereikend achten.
Werknemers die prive minder dan vijfhonderd kilometer per jaar met de auto van de zaak rijden, kunnen een verklaring van geen privegebruik bij de belastingdienst aanvragen. Dat heeft het kabinet onlangs besloten. De verklaring zorgt er voor dat de werkgever geen loonbelasting over het privegebruik namens de werknemer hoeft in te houden.
Aan de werkgever kan een naheffingsaanslag worden opgelegd, wanneer hij ten onrechte de bijtelling van de auto buiten de inhouding heeft gelaten. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen wanneer een werknemer verzwijgt dat hij meer dan 500 kilometer per jaar privé met die auto heeft gereden. De Staatsecretaris stelt dat, afhankelijk van het verwijtbaar gedrag van de werkgever, een boete bij de werkgever kan worden opgelegd. In tegenstelling tot de naheffing van loonheffing is een dergelijke boete niet verhaalbaar is op de werknemer.
