30% regeling

30% regeling

Payroll administration in English Salarisadministratie in Nederland

Belangrijke zaken

De 30% regeling
meer informatie...

De wettelijke tekst van de 30% regeling
meer informatie...

Ontwikkelingen in de 30% regeling
meer informatie...

Uitspraken van de rechter met betrekking tot de 30% regeling
meer informatie...

Toepassing 30%-regeling voor musicaltalent was terecht

Toelichting staatssecretaris van 14 oktober 2005, nr. DGB 2005-5479, n.a.v. uitspraak Hof Den Bosch M IV van 9 september 2005, nr. 2003/02477

Belanghebbende (verder A) heeft de Belgische nationaliteit. Van 1999 tot februari 2002 werkt hij, tijdens zijn studie aan een conservatorium, in musicals in Nederland. Na het voltooien van de opleiding trad A op in een musical in Duitsland. Niet in geschil is dat A op 10 februari 2003 niet in Nederland woonde. Met ingang van die datum trad hij in dienst bij de inhoudingsplichtige. In het kader van dit dienstverband is de 30%-regeling aangevraagd. In afwachting van de beslissing van de inspecteur is de regeling al op A's salaris over 2003 toegepast.

In geschil is het antwoord op de vraag of A in aanmerking komt voor toepassing van de bewijsregel voor extraterritoriale kosten voor ingekomen werknemers (de 30%-regeling).

Hof

Volgens art. 9a Uitv Besl LB 1965 wordt bij de beoordeling of een zogenoemde ingekomen werknemer (zie art. 8, lid 2 aanhef en onderdeel b) specifieke deskundigheid bezit die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars aanwezig is, rekening gehouden met een drietal factoren.

A heeft - als een van de eerste zes studenten - een unieke HBO-opleiding afgerond. Hij voldoet hiermee aan de eerste factor van genoemde bepaling (opleidingsniveau). Hij had ten tijde van de indiensttreding bij de inhoudingsplichtige al werkervaring van 4 jaar in de musicalwereld. Deze ervaring is volgens het hof als ruim aan te merken, mede gelet op A's jonge leeftijd. Dat hij die ervaring tijdens zijn studie heeft vergaard is niet relevant. Daarnaast blijkt uit het feit dat hij op deze jonge leeftijd als zogenoemde understudy mocht fungeren voor een van de hoofdrollen dat hij talent bezit. De achtergrond van de 30%-regeling is mede het talent naar Nederland te halen. Talent is een schaars goed.

Het gegeven dat A een opleiding in Nederland volgde, brengt, anders dan de inspecteur stelt, nog niet mee dat geen schaarste is op de Nederlandse arbeidsmarkt.

Het beroep is gegrond. A heeft ten onrechte de 30%-regeling niet gekregen.

De staatssecretaris stelt geen beroep in cassatie in en geeft een toelichting.

A heeft een opleiding genoten aan het conservatorium van de Fontys Hogeschool in Tilburg in de richting Muziektheater. Hij behoorde tot de eerste zes studenten die afstudeerden aan deze opleiding. Naar het oordeel van het hof bezat A (destijds woonachtig in België) ten tijde van de indiensttreding bij inhoudingsplichtige voldoende werkervaring A heeft gesteld dat zijn basissalaris relatief hoog was. Ter zitting heeft de inspecteur erkend dat goede musicalacteurs schaars zijn.

Zoals beslist in het arrest van 15 april 2005, nr. 39.328, BNB 2005/198*, moet vastgesteld worden of het aannemelijk is dat A door inhoudingsplichtige in dienst is genomen omdat hij beschikt over specifieke deskundigheid die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars aanwezig is, zodat hij slechts in het buitenland kon worden aangetrokken.

Het hof is van oordeel dat A voldoet aan het in art. 9a, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b Uitv Besluit LB 1965 bepaalde. 's Hofs oordeel is te zeer verweven met waarderingen van feitelijke aard om in cassatie te kunnen worden getoetst.

Het hof leidt uit de feiten af dat A talent bezit en dat de achtergrond van de 30%-regeling mede is talent naar Nederland te halen. Talent is een schaars goed. Kennelijk meent het hof dat A een specifieke deskundigheid bezit die op de Nederlandse markt niet of schaars aanwezig is. Dat het hof aan talent betekenis toekent maakt 's hofs eerdervermeld oordeel niet onbegrijpelijk. De omstandigheid dat A gekozen is uit een groep van 300 acteurs maakt het oordeel ook niet onbegrijpelijk. Kennelijk bezat slechts A de specifieke deskundigheid die voor de onderhavige functie (ensemblelid en understudy voor een hoofdrol) bepalend en doorslaggevend was en is hij om die reden aangetrokken.

Uitspraak Hof Den Bosch, 2003/02477, 9 september 2005

 

Over ons | Site Map | Privacy Policy | Contact Us | ©2005 activpayroll BV